|
Ontwikkeling van de
Jonge Mens
In de eerste 21 levensjaren ontplooit de mens zich als het ware als een
bloem. Er is nog weinig of geen sprake van een eigen innerlijke
dynamiek. De afhankelijkheid van de omgeving is erg groot en
overheersend. De uitdaging in deze fase bestaat uit het leren kennen van
de eigen talenten. De lichamelijke wetmatigheden bepalen in
belangrijkste mate de ontwikkeling in deze fase; het staan, het
zindelijk worden, de wisseling van het gebit en de geslachtsrijpheid zijn hiervan de meest in het oog lopende
manifestaties. Deze fase mondt, via drie sub-fasen, uit in een
voorlopig zelfbeeld en een voorlopig wereldbeeld.
0 – 7 jaar: De baby, kleuter-fase
In deze fase is het belangrijk dat het
Levensvertrouwen wordt
gevormd. “Ik ben welkom”. Is het gevoel dat in deze fase ontwikkeld
wordt. Begrippen als nestwarmte en verzorging spelen hier een
belangrijke rol. In deze fase wordt tevens het gevoel voor ritme, in de
zin van regelmaat, ontwikkeld. Belangrijk is hierbij op te merken dat de
klok niet zozeer het ritme dient te bepalen, als wel de natuurlijke gang
van het leven. Kinderen in deze leeftijd leren op imiterende wijze.
Voorbeeldgedrag van de ouder, en de omgeving, is dan ook het meest
effectief om een kind in deze leeftijdsgroep iets te laten leren.
In deze fase vindt ook de Trotz-fase plaats. De
levensloop van het lichaam begint hier, de polariteit tussen de
lichamelijke opbouw en afbraak.
7 – 14 jaar: de Kind-fase
In deze fase leert het kind de Levensnuances kennen. De
binnenwereld vormt zich. Spel is hier de belangrijkste manier van leren.
De fantasie wordt aangesproken. Het is tevens het moment waarop het kind
kennis neemt van de archetypische verschijnselen in de wereld. Sprookjes
spelen hier een belangrijke rol in, evenals verhalen in het algemeen.
14 – 21 jaar: De Puberteit
De ontwikkeling van de eigen identiteit. In deze
fase begint de ontwikkeling van de grondhouding. De dynamiek van binnen
en buiten, de beweging van antipathie en sympathie begint zich te
manifesteren. Het is het begin van de Psychisch-persoonlijke levensloop.
Concreet is dit te herkennen aan het verschijnsel dat mensen in deze
fase zich gaan positioneren ten opzichte van hun omgeving. Als gevolg
hiervan ontstaat ook een nieuwe relatie tussen kinderen en ouders.
Als resultaat van deze fase weet de persoon wat
hij / zij kan, wil en gaat doen. Dromen, levensidealen, idolen spelen
hier natuurlijk een doorslaggevende rol bij. Aan het einde van deze
periode hebben we, als het goed is,
Levensenthousiasme
ontwikkeld.
Binnen de gehele ontplooiingsfase bestaat het
gevaar dat we als ouders in een tweetal valkuilen terechtkomen:
1. Geen grenzen stellen.
Het individuele oordeelsvermogen moet nog worden
gevormd. Dit houdt in dat de grenzen van buitenaf dienen te worden
aangegeven. Het gaat hier om het ‘natuurlijk’ stellen van de grenzen.
Dit grenzen stellen wordt ook wel beschouwd als de grondslag voor het
geweten.
2. Propulseren van de ontwikkeling.
Het opjutten, het te snel willen gaan in de
natuurlijke ontwikkeling heeft als gevolg het versneld opgebruiken van
de ‘meegekregen’ energievoorraad. Een begin van een soort roofbouw is
dan mogelijk. Vroegwijze kinderen kunnen gemakkelijk hun spontaniteit
verliezen.
|